Beluister deze pagina met proReader

Onderwijs

 

Goed onderwijs als basisvoorwaarde

Onderwijs en, daarmee samenhangend, opvoeding zijn de drijvende kracht achter de vooruitgang van de samenleving.  Goed onderwijs is een basisvoorwaarde voor een samenleving waarin iedereen tot zijn recht kan komen en het beste uit zichzelf kan halen.  Voor D66-OZO heeft onderwijs daarom topprioriteit.  De financiën voor het onderwijs komen in eerste instantie vanuit het Ministerie van OCW.  Het stadsdeel moet binnen de haar gegeven bevoegdheden en financiële draagkracht zo goed mogelijk bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, scholieren en studenten.  Die bijdragen kunnen liggen op ver uiteenlopende gebieden, zoals een goed ingerichte en beheerde openbare ruimte rondom de scholen, hulp bij de huisvesting van leerkrachten, het mogelijk maken van speciale onderwijsvoorzieningen (voorschool, brede school, leerwerktrajecten, studieprojecten in zomer of weekend, huiswerkondersteuning, etc.) en het faciliteren van overleggen tussen allerlei bij het onderwijsveld betrokken instanties en personen.  Daarnaast heeft het stadsdeel nog speciale bevoegdheden t.a.v. het openbaar onderwijs.


Om vanuit het stadsdeelbestuur een zo goed mogelijke bijdrage aan de instandhouding en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs te kunnen leveren, is het gewenst een duidelijk overkoepelend beeld te hebben van het reguliere onderwijs, de extra onderwijsprojecten, de financieringsbronnen (rijk, provincie, gemeente, stadsdeel, particulier), de controlemogelijkheden op deelname (schoolverzuim) en kwaliteit, en de betrekkingen tussen het onderwijs en daarmee nauw samenhangende aspecten van het jeugdbeleid, zoals opvoedingsondersteuning en jeugdgezondheidszorg.  In december 2009 heeft de deelraad onze motie aangenomen die voorziet in een nota waarin een samenhangend beeld voor Zuidoost wordt gegeven van alle onderwijsaspecten.  In 2010 en de jaren daarna zal de deelraad daarmee nog beter dan voorheen kunnen sturen op de kwaliteit van ons onderwijs.

 

Op dit moment zijn er drie meetlatten waarlangs de kwaliteit van het basisonderwijs wordt gemeten: die volgens het toezichtkader van de Inspectie van het Onderwijs, die van de score bij de Cito-toets en die, specifiek voor Amsterdam,  volgens de, wat nu genoemd wordt, Asscher-norm.  Alle drie hebben hun beperkingen, wat vaak door scholen met een onvoldoende beoordeling met nadruk naar voren wordt gebracht.  De basisscholen in Zuidoost hebben in 2009 gemiddeld een Cito-score voor de laatste drie jaar behaald van 534,2; Zuidoost behoorde daarmee tot de drie laagst scorende stadsdelen van Amsterdam en was ruim onder het Amsterdamse en landelijke gemiddelde (resp. 537,1 en 536,2).  Zuidoost scoort hoog voor wat betreft het aantal leerlingen met een advies voor praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs; de scores van deze leerlingen tellen niet mee voor de Cito-score van een school.  Vanaf ongeveer medio 2008 (gemeente Amsterdam) en november 2008 (Zuidoost) zijn er daarom projecten in gang gezet ter verbetering van de kwaliteit van het basisonderwijs.  D66-OZO zal de voortgang en resultaten van de gemeentelijke en stadsdeelprojecten voor de scholen van Zuidoost nauwgezet volgen en waar nodig met extra voorstellen komen.

 

D66-OZO vindt dat de kerntaak van het onderwijs bestaat uit het leren rekenen, lezen en schrijven. Gezien het armoedeprobleem in Zuidoost pleiten wij daarnaast voor budgetteringscursussen, te beginnen in groep 7 en 8 van het basisonderwijs.  Verder is, met het oog op de wereldwijde milieuproblematiek en de nog onvoldoende maatschappelijke bewustheid op dat gebied, een goede natuur- en milieueducatie noodzakelijk. Ook is het belangrijk kinderen op school voor te bereiden op een samenleving met culturele verschillen. Het model van de brede school, met extra mogelijkheden voor culturele en sportieve vorming, moet gecontinueerd en waar mogelijk uitgebreid worden. Het verder omvormen van schoolplein naar buurtplein is gewenst.

 

Veel kinderen in Zuidoost beginnen met een achterstand aan de basisschool. Dit is mede oorzaak van lage Cito-scores.  D66-OZO ziet in de voorschool een effectieve voorziening om, via vroegschoolse educatie aan kinderen van 2,5 jaar tot 6 jaar, deze achterstanden te voorkomen. D66-OZO maakt zich tevens sterk voor flankerend beleid ter ondersteuning van het reguliere aanbod, zoals in de vorm van Summerschool en Weekendschool.
 
Bij goed onderwijs hoort dat kinderen de school bezoeken. De leerplichtwet dient nageleefd te worden. Ouders moeten op hun verantwoordelijkheden worden aangesproken en de mogelijkheid moet worden onderzocht in hoeverre ‘contracten’ tussen ouders, kinderen en de school afgesloten kunnen worden.  Voortijdig schoolverlaten dient met kracht bestreden te worden.

 

Het stadsdeel zal ervoor moeten zorgen dat de schoolgebouwen en de schoolomgeving aantrekkelijk en uitnodigend zijn en blijven ingericht. Schoon, heel en veilig zijn hierbij de kernwoorden.

 

Er moet geïnvesteerd worden in de randvoorwaarden die leerkrachten in staat stellen optimaal hun werk te kunnen uitvoeren en die ouders stimuleren deel te nemen aan de onderwijsinstelling. Onderwijsbesturen moeten, behalve op onderwijsresultaten, ook worden aangesproken op de wijze waarop zij de middelen inzetten. Wij willen dat elke inwoner van Amsterdam Zuidoost optimale kansen krijgt voor ontplooiing. In dat kader is D66-OZO ook groot voorstander van een voortdurende kwaliteitsaanpak van het onderwijs vanuit de instellingen zelf.

 

Netwerken en doorleren in een ondernemende cultuur

Een succesvolle schoolloopbaan is cruciaal voor iemands verdere ontplooiing en positie in de samenleving. Schooluitval heeft het risico dat opgelopen achterstanden niet meer te herstellen zijn en dat iemands toekomst bepaald is na afronding van de basisschool.  Verder bestaat de kans dat het talent van laatbloeiers onvoldoende tot zijn recht komt.  Onder hen zijn kinderen van migranten bovenmatig vertegenwoordigd.  Het niet aanboren van die talenten is een gemiste kans voor de samenleving.  De ingezette route om schakeltrajecten in te zetten voor zij-instromers en nieuwkomers moet worden voortgezet en aangevuld met maatwerkprojecten gericht op de oudere leeftijdsgroep. 


Verder zal D66-OZO initiatieven stimuleren die leiden tot vruchtbaar overleg tussen ROC's en het lokale bedrijfsleven om aan de regionale vraag op de arbeidsmarkt te voldoen. Die contacten moeten ook kunnen leiden tot meer stageplaatsen.


 



print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave



online netwerken

Lokaal


Landelijk




Agenda

RSS
 


Volg blog van

d66_logo.jpg